TRB-2018-3949.
Op basis van onderzoek heeft de Algemeen Directeur geconcludeerd dat de beëdigde een rekeningafschrift heeft vervalst en dit rekeningafschrift heeft ingediend als bewijsstuk bij een kredietaanvraag. De Algemeen Directeur is van oordeel dat ten aanzien van deze gedragingen voldoende raakvlakken met de functie van de beëdigde als bankmedewerker aanwezig zijn, om in tuchtrechtelijke zin relevant te zijn. De ernst van de schending is echter onvoldoende om de oplegging van een maatregel te rechtvaardigen.
Download hier de volledige beslissing: Beslissing AD 3949