Ten onrechte reiskosten gedeclareerd

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft declaraties ingediend voor kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen die niet hebben plaatsgevonden. De bankmedewerker beschikte daarnaast over een NS Business Card zodat kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer ook om die reden niet mochten worden gedeclareerd. De bankmedewerker heeft in de periode vijf maanden voor bijna € 6.000,- aan declaraties ingediend, die onterecht zijn gebleken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 20 mei 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5068-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit door de bank overgelegde correspondentie tussen de bankmedewerker en de HR-afdeling blijkt dat de bankmedewerker er juist op is gewezen dat het niet is toegestaan om naast het maximaal toegestane aantal kilometers voor woon-werkverkeer aanvullende (niet gemaakte) dienstreizen te declareren om het verschil in gemaakte kilometers te compenseren.

Ook stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat de bankmedewerker declaraties voor reizen heeft ingediend voor dagen waarop hij niet heeft gewerkt, zoals dagen waarop hij ziek was, verlof had of in het weekend niet werkzaam was. Gelet op de omvang, frequentie en oplopende hoogte van de declaraties acht de Tuchtcommissie Banken de door de bankmedewerker gegeven verklaring, inhoudende dat sprake zou zijn geweest van verwarring of vergissingen, niet aannemelijk. De Tuchtcommissie Banken concludeert daarmee dat de bankmedewerker bewust en herhaaldelijk onjuiste declaraties heeft ingediend. Aldus heeft de bankmedewerker

De Bankmedewerker heeft hij evident niet integer gehandeld. Ook heeft hij zich niet open en eerlijk opgesteld. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod voor de duur van vier maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

 

Bankmedewerker verpandt leasefiets

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft van zijn werkgever een leasefiets in gebruik gekregen. Om aan geld te komen, heeft de bankmedewerker die fiets, zonder instemming van de bank verpand.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5022-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De tuchtcommissie stelt vast dat de bankmedewerker heeft getracht een leasefiets te verpanden en deze vervolgens daadwerkelijk heeft verpand. Daarnaast staat vast dat de bankmedewerker een factuur van deze leasefiets heeft aangepast en van deze aangepaste factuur gebruik heeft gemaakt bij zijn poging tot verpanding. De bankmedewerker heeft deze gedragingen in essentie erkend.

Het vervalsen van een factuur en het gebruikmaken daarvan, alsmede het (proberen te) verpanden van een kostbare leasefiets die niet aan de bankmedewerker maar aan de leasemaatschappij in eigendom toebehoorde, kwalificeert als handelen dat niet integer en niet zorgvuldig is. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat dit handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat en dat de bankmedewerker met zijn handelen de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector heeft geschonden.

In haar afwegingen betrekt de Tuchtcommissie Banken dat persoonlijke omstandigheden van de bankmedewerker ten tijde van de gedragingen, waaronder financiële problemen, alsmede met het feit dat de bankmedewerker inmiddels hulp heeft aanvaard en stappen heeft gezet om zijn situatie te verbeteren. En dat hij hulp heeft gezocht om van zijn situatie te verbeteren.  Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat de bank en haar klanten niet zijn benadeeld door het handelen van de bankmedewerker.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerker een beroepsverbod op van één maand.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Buiten de bank brengen van documenten

Kern van de uitspraak

De bank heeft bij Tuchtrecht Banken een melding ingediend over het buiten de bank brengen van documenten met vertrouwelijke informatie, door een oud-medewerker van de bank. Het betreft een aantal documenten die hij eerst naar zijn privé e-mailadres heeft gestuurd en later naar zijn e-mailadres bij zijn nieuwe werkgever.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 30 april 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4933-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft erkend dat hij de vertrouwelijke informatie buiten de bank heeft gebracht. Hij heeft spijt betuigt en toegelicht waarom hij de e-mails heeft verstuurd. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat het buiten de omgeving van de bank brengen van vertrouwelijke informatie door de bankmedewerker als een schending van de bankierseed moet worden opgevat. De bankmedewerker had moeten weten dat hij anders had moeten handelen.

De bankmedewerker heeft de gedragsregel 1 (de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig) 4 (de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden) en 5 (de bankmedewerker houdt vertrouwelijke informatie geheim) geschonden.

De Tuchtcommissie Banken besluit geen tuchtrechtelijke maatregel op te leggen, omdat de gedeelde informatie is ontleend aan openbare bronnen, waarmee de gevoeligheid van de buiten de omgeving van de bank gebrachte gegevens relatief beperkt is. Daarnaast, zo overweegt de tuchtcommissie, heeft de bankmedewerker reeds zware financiële consequenties ondervonden van zijn handelen en heeft hij ter zitting naar het oordeel van de tuchtcommissie oprecht spijt en berouw getoond. Ook het tijdsverloop weegt de tuchtcommissie in matigende zin mee.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Gelijktijdig bij twee concurrerende banken werken

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker werkt op detacheringsbasis bij een bank (bank 1) met een contract voor 36 uur. Tijdens zijn detacheringsopdracht is hij als ZZP’er gaan werken voor een concurrerende bank (bank 2) met een contract van 40 uur. Bij deze bank had hij ook eerder werkzaamheden verricht. Hij heeft zijn nevenwerkzaamheden niet opgegeven bij zijn opdrachtgevers.

Bij bank 1 is gebleken dat de bankmedewerker verslagen van gesprekken met klanten van de bank heeft opgesteld, welke gesprekken niet hebben plaatsgevonden. Verder is gebleken dat de bankmedewerker de bankierseed heeft afgelegd bij bank 2 (voordat hij bij bank 1 ging werken), en bij bank 1 de bankierseed niet heeft afgelegd.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5077-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken buigt zich eerst over het formele aspect, namelijk of de (destijds) bij bank 2 afgelegde bankierseed ook ziet op de werkzaamheden bij bank 1.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker sinds 10 oktober 2022 werkzaamheden is gaan verrichten voor bank 1 en dat hij bij bank 1 niet (opnieuw) de bankierseed heeft afgelegd.  Nu het tuchtrechtelijk verwijt met zijn werkzaamheden voor bank 1 verband houdt, rijst de vraag of het verweten handelen van de bankmedewerker binnen het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt.

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat op basis van vaste jurisprudentie van de tuchtcommissie en de commissie van beroep het privéhandelen binnen het bereik van het bancaire tuchtrecht kan vallen indien dit handelen voldoende raakvlakken vertoont met (de positie van) de bank. Nu de omschreven handelingen van de bankmedewerker bij een (andere) bank zijn verricht, brengt analogische toepassing van deze jurisprudentie met zich dat het handelen van de bankmedewerker bij bank 1 onder het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Daarbij merkt de tuchtcommissie op dat dit enkel geldt voor zover de gedragingen zich hebben voorgedaan in de periode dat de bankmedewerker ook voor bank 2 werkzaam was.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, in de periode dat hij voor beide banken werkzaamheden uitvoerde, in strijd is met de regel 1 (integer en zorgvuldig handelen) en regel 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker in strijd met de waarheid gespreksverslagen heeft opgesteld. De bankmedewerker heeft aldus niet zorgvuldig en niet integer gehandeld.

Voor wat betreft het niet opgeven van de (neven)functie bij bank 2 in het daartoe aangewezen systeem bij bank 1 is de tuchtcommissie van oordeel dat dit handelen ook binnen het bereik van de bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Iedere bank in Nederland is immers verplicht om haar bedrijfsvoering zodanig in te richten dat belangenconflicten worden voorkomen en wanneer dat niet kan, afdoende worden beheerst. Het goed- of afkeuren van opgegeven nevenfuncties maakt daarvan onderdeel uit. De door de bankmedewerker overtreden regel bij bank 1 was daarmee niet dermate uniek dat deze buiten het bereik van de bij bank 2 afgelegde eed zou moeten worden beoordeeld.

De tuchtcommissie is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed. De bankmedewerker heeft eigenhandig en vanuit (in zijn ogen) efficiëntie overwegingen gespreksverslagen opgemaakt van gesprekken die nimmer hebben plaatsgevonden. Het behoeft geen betoog, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk frauduleus handelen voor een bank verstrekkende gevolgen kan hebben. Daarnaast heeft de bankmedewerker gelijktijdig werkzaamheden voor twee concurrerende banken verricht en heeft hij dit niet gemeld. Naar het oordeel van de tuchtcommissie rechtvaardigt dit een beroepsverbod van aanzienlijke duur. Evenals klager acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van zes maanden passend en geboden.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Frauduleus handelen en niet toetsbaar opgesteld

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft tweemaal geld van (bank)klanten naar zijn eigen rekening overgemaakt, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.  Daarnaast heeft hij ten behoeve van het verkrijgen van een zakelijke bankrekening bij de bank het onboardingsproces beïnvloedt. Verder wordt hem verweten dat hij zijn EVR-registratie niet heeft gemeld bij de bank.

Ook wordt hem verweten dat hij niet heeft meegewerkt aan de onderzoeken die binnen de tuchtrechtelijk procedure plaatsvinden en zich daarmee niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5039-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In zijn verweer ontkent de bankmedewerker hetgeen er zou hebben plaatsgevonden. Hij geeft aan dat hij zowel mondeling als schriftelijk informatie heeft verschaft, dat de politierechter hem op onjuiste gronden heeft veroordeeld, dat hij geen gelden naar zijn (zakelijke) rekening heeft overgemaakt en dat hij gevolg geeft aan de door de politierechter opgelegde betalingsregeling.

De Tuchtcommissie Banken gaat aan zijn verweer voorbij omdat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de gedragingen door de bankmedewerker wel zijn verricht. Het verweer van de bankmedewerker maakt dit niet anders, aldus de tuchtcommissie.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerker zijn EVR direct aan de bank had behoren te melden, zelfs als het juist zou zijn dat de opname in het Externe Verwijzingsregister onterecht was.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder vast dat de bankmedewerker geen toelichting heeft verstrekt aan de bank en aan de Algemeen directeur. Wel heeft hij, nadat hij werd opgeroepen voor de zitting van de Tuchtcommissie Banken een verweerschrift ingediend. Het verweer heeft de bankmedewerker op de zitting van de Tuchtcommissie Banken herhaald.

Door in het geheel geen medewerking te verlenen aan het onderzoek bij de bank en bij Tuchtrecht Banken, is de bankmedewerker naar het oordeel van de tuchtcommissie niet (voldoende) open en eerlijk is over zijn gedrag. Dat de bankmedewerker wel ter zitting is verschenen en daaraan voorafgaand een verweerschrift heeft ingediend maakt dit in de gegeven omstandigheden niet anders, aldus de Tuchtcommissie Banken.

De gedragingen van de bankmedewerker worden beoordeeld als een zeer ernstige schending van de regels 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de tuchtcommissie mee dat de bankmedewerker een strafrechtelijke norm heeft overtreden en niet laat blijken het kwalijke van zijn handelen in te zien. Als maatregel wordt een beroepsverbod van 24 maanden (twee jaar) opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Dit register is in te zien voor de aangesloten banken.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Buiten de bank brengen van documenten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft diverse documenten vanuit de zakelijke omgeving van de bank naar haar privé e-mailadres gezonden, hieronder bevonden zich documenten met klantgegevens. Haar leidinggevende heeft een datalekmelding binnen de bank gedaan. Enige tijd later heeft de bank een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken vanwege een mogelijke schending van de bankierseed. De bank heeft de bankmedewerkster opgenomen in het interne verwijzingsregister (IVR).

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 28 januari 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5018-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In de tuchtrechtelijke procedure heeft de bankmedewerkerster verklaard in de afronding van haar detacheringsopdracht de documenten te hebben gestuurd naar haar privé e-mailadres. Ze geeft aan dat ze de documenten uitsluitend naar zichzelf heeft gezonden om als persoonlijk naslagwerk te gebruiken, als hulp bij het bewaren van haar schrijfstijl en methodiek. Volgens de bankmedewerkster was er geen sprake van kwade opzet, financieel gewin of het delen van vertrouwelijke informatie met derden. Zij heeft de bestanden, nadat de bank contact met haar opnam, direct op eigen initiatief verwijderd. En zij heeft spijt betuigd en verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1 (integer en zorgvuldig handelen), 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) en 5 (geheimhouding van vertrouwelijke informatie) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden.

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel betrekt Tuchtcommissie Banken dat uit het dossier en het verhandelde ter zitting volgt dat sprake is geweest van een ondoordachte en onzorgvuldige handeling in de afrondende fase van haar opdracht. Dat de documenten niet zijn gedeeld met derden en de informatie is niet gebruikt voor eigen of andermans voordeel. Vanaf het begin volledig heeft zij meegewerkt aan het zowel onderzoek van de bank en als dat van Tuchtrecht Banken, is zij bij alle gesprekken verschenen, heeft zij openheid van zaken gegeven en heeft zij actief meegewerkt aan het beperken van de mogelijke gevolgen van haar handelen. De door haar geuite spijtbetuigingen komen op de tuchtcommissie oprecht over, ook heeft zij blijk gegeven van inzicht in het laakbare karakter van haar handelen.

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat de overtredingen ernstig van aard zijn en een tuchtrechtelijke maatregel rechtvaardigen. In samenhang bezien met de hiervoor genoemde verzachtende omstandigheden, acht de tuchtcommissie de maatregel berisping passend en geboden.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken kan verschillende maatregelen opleggen zoals een educatieve maatregel, een boete of een beroepsverbod. Maar ook een berisping. De berisping wordt als maatregel niet veelvuldig opgelegd. Uit het uitsprakenoverzicht van Tuchtrecht Banken blijkt dat de Commissie van Beroep Banken voor het laatst in 2023 een berisping aan drie bankmedewerkers oplegde.

Klantinformatie gepubliceerd op Snapchat

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster deelde op haar socialmedia-account van Snapchat foto’s met informatie over bankklanten. De informatie bevatte naam en rekeninggegevens van de bankklant en door de bankmedewerkster toegevoegd commentaar.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5017-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voor de Tuchtcommissie Banken staat het vast dat de bankmedewerkster via haar Snapchat-account foto’s heeft geplaatst van (delen van) banksystemen en klantinformatie, afkomstig uit de systemen van de bank, en deze daarmee buiten de beveiligde bankomgeving heeft gebracht. Daarnaast heeft zij deze foto’s voorzien van persoonlijk commentaar met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank.

Tot de geplaatste berichten behoorden onder meer foto’s van een transactieoverzicht en een rekeningafschrift van een klant. Bij deze foto’s heeft de bankmedewerkster begeleidende teksten geplaatst met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank. Op deze foto’s waren de naam en het rekeningnummer van de betreffende klanten niet zichtbaar.

De tuchtcommissie betrekt in haar overwegingen dat de bankmedewerkster haar handelen aanvankelijk heeft ontkend dan wel gebagatelliseerd, vervolgens niet inhoudelijk heeft gereageerd op herhaalde oproepen van klager en er uiteindelijk voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. Aldus heeft zij zich niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

De Tuchtcommissie geeft aan dat het plaatsen van foto’s van vertrouwelijke bankinformatie op sociale media op zichzelf onverenigbaar is met gedragsregel 1, 4, 5 en 6 van de Gedragscode Bancaire Sector. Dat de bankmedewerkster deze foto’s bovendien heeft voorzien van persoonlijk, laatdunkend en beledigend commentaar richting klanten, acht de tuchtcommissie extra laakbaar. Het belachelijk maken van klanten en het bespotten van hun persoonlijke financiële transacties is onder geen enkele omstandigheid aanvaardbaar, en in het bijzonder niet voor een bankmedewerkster die uit hoofde van haar functie beschikt over vertrouwelijke en gevoelige informatie.

Alles afwegende is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed en van de aan die eed verbonden gedragsregels 1, 4, 5 en 6. Gelet op de aard en ernst van de gedragingen, de herhaling daarvan, het beledigende karakter van het geplaatste commentaar en het ontbreken van openheid en medewerking, acht de tuchtcommissie het opleggen van een beroepsverbod aangewezen.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Rekeninggluren, ook na hierop te zijn aangesproken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding de rekeningen van haar ex-partner geraadpleegd. Ook nadat de bank haar hierop heeft aangesproken, heeft zij nog enkele malen zijn rekeningen geraadpleegd.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5193-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat uit de Gedragscode van de bank onder meer volgt dat bankmedewerkers verantwoord en vertrouwelijk met klantgegevens moeten omgaan. De bankmedewerkster heeft deze gedragsregel niet nageleefd. De Tuchtcommissie Banken herhaalt, hetgeen de tuchtcommissie in eerdere uitspraken over rekeninggluren heeft uitgesproken, dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geven over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens, is niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft regel 1 en 4  van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed geschonden.

Bij het vaststellen van de op te leggen maatregel betrekt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster open en eerlijk is geweest over haar gedrag, oprecht spijt heeft betuigd en dat niet kan worden vastgesteld dat zij de geraadpleegde informatie heeft gedeeld. Waar in vergelijkbare zaken de Tuchtcommissie Banken als maatregel een beroepsverbod van drie maanden oplegt, wordt in deze zaak een beroepsverbod van twee maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Vervalsen van documenten waaronder rekeningafschriften

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster, werkzaam als gedetacheerde bij de bank, heeft haar werkgeversverklaring en rekeningafschriften van de bank vervalst waardoor het leek dat zij een hoger inkomen ontvangt dan dat zij in werkelijkheid heeft. De vervalste documenten heeft zij gevoegd bij een inschrijving voor een huurwoning. De verhuurder heeft de vervalsingen opgemerkt, hetgeen aanleiding was de inschrijving voor de desbetreffende huurwoning af te wijzen. Ook haar werkgever besloot, nadat deze bekend werd met de vervalsingen, de inhuuropdracht bij de bank in te trekken. Hetgeen voor de bank aanleiding was een eigen onderzoek te starten, hetgeen leidde tot een melding bij Tuchtrecht Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5160-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerkster heeft in het gesprek bij de bank en ook later in het onderzoek in de tuchtrechtelijke procedure erkend dat zij de documenten heeft vervalst. Zij heeft aangegeven dat zij al lange tijd op zoek was naar een huurwoning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat zij in een opwelling de documenten heeft vervalst. De bankmedewerkster geeft aan dat zij zich schaamt voor wat ze heeft gedaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt zich eerst de vraag of de verweten gedragingen onder de  reikwijdte van het bancair tuchtrecht vallen, immers de gedragingen zijn aan te merken als privéhandelingen en vallen daarmee in beginsel buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht. De Tuchtcommissie Banken is echter van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Hierbij overweegt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster bankafschriften heeft aangepast en gebruikt en de schijn heeft gewekt dat zij aan de inkomenseis van de verhuurder voldeed. Een dergelijke toets, waarbij wordt beoordeeld of iemand over voldoende financiële draagkracht beschikt om een bepaalde financiële verplichting aan te gaan, behoort tot de essentiële werkzaamheden van een bank. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancair tuchtrecht.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerkster aanpassingen in de werkgeversverklaring, salarisspecificaties en bankafschriften heeft aangebracht en deze vervolgens bij de verhuurder heeft ingediend. Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Ook schaadt het handelen van de bankmedewerkster het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Met haar gedrag heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat  niet volstaan kan worden met een lichtere maatregel dan een beroepsverbod. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken heeft eerder geoordeeld over het vervalsen van documenten ten behoeve van het aanvragen van een krediet. Ook in de eerdere uitspraken legde de Tuchtcommissie Banken beroepsverboden op. Zie bijvoorbeeld TRB-2025-5028-TC en TRB-2025-5076-TC.

Frauderende bankmedewerkster

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft over een periode van enkele jaren declaraties ingediend voor uitgaven die niet zijn gemaakt en tevens niet gewerkte overuren gedeclareerd. Als verklaring voor haar gedrag gaf zij aan dat dit vermoedelijk het gevolg was van de (psychische) druk die zij ervaarde van haar leidinggevende.

Lees hieronder de samenvatting van de  uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak van 1 april 2026, TRB-2026-5176-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Hiertoe overweegt de Tuchtcommissie Banken dat zij met de frauduleuze handelen in strijd met de wet heeft gehandeld. Het behoeft geen betoog, aldus de tuchtcommissie, dat het handelen als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerkster, mede vanwege de ontstane media-aandacht, het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

De tuchtcommissie is van oordeel dat het frauduleus handelen van de bankmedewerkster, mede gelet op de omvang ervan, in beginsel een beroepsverbod van de maximale duur (36 maanden) rechtvaardigt. De tuchtcommissie ziet in de gevolgen die het handelen van de bankmedewerkster reeds voor haar hebben gehad, reden om van dit beginsel af te wijken. De tuchtcommissie acht, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van dertig maanden passend en geboden.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken
In 2025 heeft de Tuchtcommissie meerdere zaken behandeld waarin sprake van frauduleus handelen en of diefstal. De ernst van het handelen weegt mee bij het bepalen van de op te leggen maatregel. Vaak wordt een beroepsverbod met een lange duur opgelegd. De maximale duur van een beroepsverbod is 36 maanden (drie jaren).